
Wanneer je in Georgetown besluit om eens een ritje in de trishaw mee te maken, laat dan de eigenaar van de trishaw bepalen waar je naartoe gaat. De kans is dan groot dat je een kort bezoekje brengt aan de 'Clan Piers'. Dit is een compleet dorp op palen boven het water waar Chinese clans wonen. In de 19e eeuw kwamen veel Chinese immigranten naar Maleisië. Om hun kansen te vergroten werden er clans (gilden) opgericht, zodat men samen beter kon overleven in de nieuwe leefomgeving.


De kleine dorpjes kenmerken zich door oude tradities en gewoontes, van kaarsjes voor de deur tot complete gebedstempels in huis. Er zijn in totaal zes van deze dorpjes, in elk dorp woont één clan, en elk dorp heeft een eigen tempel. De huizen zijn gebouwd van een speciale houtsoort, waardoor ze bestand zijn tegen de invloeden van het zeewater. Voorheen leiden de clans voornamelijk het vissersbestaan, maar anno 2006 werken de meeste bewoners allemaal in de stad. Toeristen zijn welkom en mogen vrij over de houten pieren slenteren. Het geheel had veel weg van Pulau Ketam, een klein eiland voor de kust bij Kuala Lumpur.

De Clan Piers vind je langs Pengkalan Weld. Dit ligt aan de rand van Chinatown, vlakbij de haven (Swettenham Pier). Het is lopend in 10 minuten bereikbaar vanaf Komtar, de trishaw kost een paar ringgit. Deze prachtige bezienswaardigheid is mooi te combineren met een bezoek aan de Georgetown UNESCO Heritage Site; het centrum van de stad met de typische Chinese 'shoplots'. Bezoek de Clan Jetties in de morgen zodat het niet te warm is. Over het algemeen kom je weinig toeristen tegen bij de attractie, wat het geheel een extra uniek sfeertje meegeeft.